De politie zoals de burger haar wil
Ik was een jaar of tien toen ik met een neefje in de buurt van het station in Weert iets eigenaardigs zag. We speelden, zoals vaak, in de dichtbegroeide groenzone tegen het talud van de dijk waarop de spoorlijn ligt. Plotseling hoorden we de stemmen van een man en vrouw. Ze wrongen zich door de struiken omhoog. In de buurt van het spoor namen ze kussend afscheid van elkaar en klom de man verder richting station.
Alles leek erop dat de man de stad probeerde te verlaten maar dat niet via de ingang van het station durfde te doen. We vertelde dit aan mijn tante, die meteen de politie belde. Twee uur later kwam er een rechercheur van de politie op bezoek om ons verhaal aan te horen.
Ander voorbeeld. Mijn moeder zag decennia geleden vanuit haar woonkamer een man bloemen uit het gemeenteplantsoen halen. Ze belde onmiddellijk de politie. In no time reed een politieauto rond op zoek naar een man die aan de beschrijving voldeed.
Ze vonden hem, maar zonder bloemen. Hij vertelde echter van niets te weten. De politie, ook niet van gisteren, vroeg hem zijn handen eens te laten zien. Ja hoor, zwart van de aarde! Hij bleek zijn hele achtertuin met gemeenteplanten te hebben gevuld.
Dit is de politie zoals -mijn inschatting- negentig procent van de Nederlanders haar wil. De praktijk wijkt hier in de meeste gemeenten erg van af. De politie komt niet wanneer bewoners dat verwachten, een inbraak moeten ze volgende week op het politiebureau zelf aangeven en verder gebeurt er van alles wat niet deugt, maar de politie kan er niets aan doen. Zelfs niet als mensen uit hun huis weggeterroriseerd worden.
De overheid vindt de politie veel minder belangrijk dan de burger haar vindt. En dat terwijl het over de veiligheid van mensen gaat. En veiligheid staat heel dichtbij bij iedereen. Bovendien hoort ze tot de kerntaken van de overheid. De rijken hebben hier overigens aanzienlijk minder last van dan de bewoners van ‘prachtwijken’.




Reacties